Verscheen in bridgemagazine IMP van april/mei 2007

 

Ik ben een beetje doof. “Laat dat beetje maar weg”, zegt mijn vrouw dan altijd. Wat? LAAT DAT BEETJE MAAR WEG!

Slechtzienden zijn weer helemaal in tegenwoordig. Ze wisselen massaal hun softlenzen in voor brillen met bizarre monturen die aan de oogzijde zo breed zijn als een steigerpijp. Hoe meer je om Dame Edna lijkt, hoe beter.

Leuke bril, zeg je dan. Vroeger hoefde een vent met borrelglazen niet aan te komen bij de vrouwtjes, tegenwoordig word je besprongen.

Nooit zegt eens iemand tegen mij: “Leuk hoortoestel. Mooi breed achter het oor. Mengsmering?” Hoe minder je op Willeke Alberti lijkt, hoe beter.

Daarom draag ik ze niet altijd. Dat leidt wel eens tot hilarische taferelen. “Moet je bridgen vanavond?”, vroeg mijn dochter laatst, toen ik in de keuken met het eten bezig was. “Pannenkoeken”, antwoordde ik. Sindsdien roept iedereen bij ons thuis keihard pannenkoeken als er weer eens iets misgaat in de onderlinge communicatie.

Het doet een beetje denken aan die typisch Amsterdamse mop over de collectant van de fanfare. Die loopt over straat en ziet een man op zijn balkon staan. “Hebt u iets over voor de fanfare?”, vraagt-ie. “Ik rook geen sigaren”, luidt het antwoord.
“NEE, IK VROEG HEB JE IETS OVER VOOR DE FANFARE?”
“ZEG IK TOCH: IK ROOK GEEN SIGAREN!”
“ACH, KRIJG DE KLERE MET JE SIGAREN!”
“JA, EN JIJ MET JE FANFARE.”

Ik golf ook. Daar is een handicap een pre, maar bij bridge is het erg onhandig. Helemaal sinds ze geluidsschermen dwars over de tafel hebben gezet. Mijn vaste maat weet tegenwoordig wel dat hij de kaarten die hij mij als dummy wil laten bijspelen, moet aanwijzen. Te vaak heb ik een aas bijgespeeld waar hij de heer uit zijn hand onder deponeerde, waarna hij een zware arbitrale straf opliep omdat hij uit de verkeerde hand de volgende slag begon.

En dan de tegenpartij, die de hele tijd op fluistertoon dingen aan je vraagt. Zo’n vraag heb ik nog nooit verstaan, maar volgens de kansberekening zal het wel over het bod van mijn partner gaan. “Hij heeft precies zes ruitens, klaver aas kaal, vrouw derde schoppen en heer boer klein van harten”, leg ik uit.
“Bedankt, maar ik vroeg of je nog een biertje wou.”
“Dat weet ik wel”, zeg ik dan gevat, “maar ik drink niet.”

OLYMPUS DIGITAL CAMERA