Verscheen in bridgemagazine IMP van maart 2008

 

Er is nog precies één Nederlander zonder mobiele telefoon en dat is Johan Cruijff.

Als je op straat een kartonnen doos optilt, goeie kans dat er een dakloze onder ligt te bellen. Een kleuter van drie sms’t in de klas zijn moeder dat hij oorpijn heeft en direct opgehaald wil worden. Nog even en een foetus stuurt met de mobiel gemaakte foto’s van ongewenste vlokken naar belangstellenden buiten de baarmoeder.

En Cruijff? “Niks is zo belangrijk dat het niet een uurtje ken wachten”, Iegde hij de afwezigheid van het ding eens uit. Daar zit wat in, natuurlijk. Alleen wordt het belang van iets tegenwoordig niet bepaald door de aard van de gebeurtenis, maar door de beschikbaarheid van apparaten waarmee anderen er deelgenoot van kunnen worden. Wat een zin. “Wat je niet heb, ken je niet missen”, zou de meester zeggen.

Voor bridgers zijn mobiele telefoons niet zonder gevaar. De bond, gek op regels, heeft bedacht dat je ze tijdens wedstrijden niet op zak mag hebben. Uitgeschakeld is niet genoeg, je moet ze voor de wedstrijd inleveren bij de dienstdoende arbiter. Die werpt ze oneerbiedig en zonder enig gevoel voor de kwetsbare elektronica, in een grote groene plastic doos, die zijn vrouw hem ’s ochtends speciaal voor dat doel heeft meegegeven. “Hier, joh, en als-ie vol is heb je hier nog een Dirk-tas.”

Hoe je vals kunt spelen met een mobiele telefoon, zelfs als die aanstaat, is niet iedereen direct duidelijk. Stel, je hoort ineens Für Elise uit je zak.
“Hallo?”
“Tafel 6 hier.”
“Ben jij dat, Piet?”
“Shhht. Niet zo hard. Hier, een foto van spel 12. De oosthand.”

Twee knetterende scheten vergezellen de aankomst van het plaatje op je mobiel. Direct staat de arbiter naast je.
“Inleveren, dat ding”, grijnst hij, de rode boodschappentas wijd opengesperd.
“Verkeerd verbonden”, probeer je nog.
“Niks mee te maken, regels zijn regels”, kwijlt de man, terwijl hij een passende sanctie bedenkt.
“25 imp’s straf, drie maanden in een broek zonder zakken en levenslang verplichte afname van de bondsringtones”, lijkt hem wel wat. “En nu naar de dopingcontrole.”

“Daar kom ik goed vanaf”, denk je nog. Op tafel 6 klinkt plots luid Oh, when the saints come marching in. Nog net voordat je telefoon in de tas verdween, kon je Piet een bericht sturen: “Bedankt, maar spel 12 hebben we al gehad.”

Het was nog in de tijd van de 3310

3310