Verscheen in bridgemagazine IMP van juli/augustus 2008

 

Scheidsrechter, een hondenbaan. Vooral in voetbal. Voetbal is, zoals u weet, een van oorsprong in Engeland bedacht tijdverdrijf voor moeilijk opvoedbare jongens met beperkte geestelijke vermogens. Omdat ze elkaar voor het minste of geringste de hersens insloegen, moest een referee de strijdende partijen uit elkaar houden. Het gevolg was dat de primaire driften van de heren zich op deze in het zwart geklede man richtten.

Veel is er nog niet veranderd, behalve dat het schouwspel live op de tv is te volgen en dat die moeilijk opvoedbare jongens er nog voor betaald krijgen ook. EIke beslissing van de arbiter, tegenwoordig uitgerust met elektronische communicatiemiddelen, is per definitie omstreden.

“Scheids, hondenlul, heb je stront in je ogen? Die inworp was voor ons.” Wie een beetje kan liplezen, kan de conversatie letterlijk volgen. De scheidsrechter trekt een gele kaart uit zijn borstzak, maar dat is olie op het vuur. Andere spelers gaan zich ermee bemoeien. “Geitenbreier, waar koop jij je groenten?”, schreeuwt de aanvoerder, subtiel verwijzend naar Dick Jol die bij zijn groenteboer zou hebben ingezet op zijn eigen wedstrijden. De man in het zwart loopt nu rood aan en trekt een kaart van die zelfde kleur. Dat gaat zo door, totdat hij alleen nog met zijn twee lijnrechters op het veld staat.
“Staken maar?”, stelt hij via zijn microfoontje voor.

Er zijn sporten waar het er anders aan toe gaat. Snooker bijvoorbeeld. Daar kan zelfs een bloedmooie vrouw als Michaela Tabb tussen de kemphanen instaan. Maar ze hoeft dan ook niet veel meer te doen dan hardop de stand van het elektronisch scorebord voor te lezen en met fluwelen handschoentjes de ballen op te poetsen. De spelers laten haar dat bij voorkeur doen als de poetsbal midden op tafel ligt, zodat Michaela zich maximaal moet strekken. Snooker kijken wordt zo een erotische ervaring.

En bridge? Ik denk dat er in Nederland wel tienduizend bridgearbiters zijn met het certificaat van de bond op zak. Wat bezielt iemand om bridgearbiter te willen worden? Je voornaamste taak is het wisselen der spellen. En met een beetje mazzel word je één keer per sessie aan tafel geroepen om een conflict te beslechten.

“Aaarbiiiiterr!!”

Hoopvol kom je aangesneld met het regelboekje al in de aanslag.

“Hier ben ik.”
“Die vent heeft gepsycht!”
“Dat mag.”
“Ja, maar op zijn systeemkaart staat: we psychen alleen op de derde hand.”
“Dat zit hij toch.”
“Ja, maar mijn maat opende voor zijn beurt.”

Wanhopig kijk je in het regelboekje. Het staat er niet in. Je besluit beide partijen straf te geven.

“Idioot”, roept degene die voor zijn beurt geopend heeft. “Wat voor groenten heb jij gegeten! Op onze kaart staat: op de tweede hand openen we voor onze beurt!”

Bridgearbiter. Een hondenbaan.

Michaela Tabb, snookerarbiter

Michaela Tabb 2011